Doorgaan naar hoofdcontent

Urinair Stelsel

 Er zijn oogaandoeningen die beinvloedt worden, of verklaard kunnen worden aan de hand van de nierfunctie. Vandaar dat het Urinair stelsel enige relevantie heeft binnen de optometrie.


Anatomie

De nieren hebben een verbluffende overeenkomst met de ogen wanneer we kijken naar de anatomie (&fysiologie). Zo lijken de vatennetwerken ontzettend op elkaar. Bij nieren spreken we over het glomerulus, bij de ogen over de choroidea. Pathalogien die het vatenstelsel in het oog beschadigen kunnen dit, gezien de overeenkomsten in structuur, ditzelfde effect op de nieren hebben.

In het oog worden de retinale bloedvaten beschermd door pericyten. Bij de nieren vinden we weer een zusterstructuur, genaamd podocyten. Functieverlies van deze vormen van bescherming is mogelijk.

Nierfunctie

De nieren reinigen het bloed en zijn verantwoordelijk voor de vorming van urine. Urine wordt gevormd met behulp van de bloeddruk. Het bloed wordt de nieren in geperst, deze filtert het vuil er uit en voert het schone bloed terug af naar de bloedvaten.

Een lage bloeddruk is echter geen probleem. De nieren hebben baroreceptoren (druk meters) en zullen in het geval van een verlaagde druk het juxtaglomerulaire apparaat gebruiken om de druk op te voeren om zo de productie van urine in stand te houden. Het bloed blijft zo voldoende gezuiverd.

Bij een plotseling sterk gedaalde druk is er sprake van een verstoring van de homeostase. De JG cellen zullen in dit geval renine produceren als een laatste poging om de druk op te voeren en functie te behouden. Renine zorgt voor vasoconstrictie, terugwinning van zout en terugwinning van water. Dit wordt echt alleen toegepast in geval van shock: renine is net dynamiet, en dus een ''last-ditch effort.''

Wanneer Angiotensine II steeds vrijkomt kan het beschadigingen geven aan de bloedvaten, cellen van muller, ganglioncellen en retinaal pigment epitheelcellen. Verhoogd A2 wordt ook aangetroffen in baby's met premature retinopathie, patienten met diabetische retinopathie.

Er is dan ook een systeem in werking wat ervoor zorgt dat renine niet zomaar vrijkomt en voor die sterke vasoconstrictie zorgt.

Normaalgesproken:
  1. Een bloeddruk daling wordt geconstateerd door de juxtagloerulaire cellen in de nieren die daarna renine uitscheiden
  2. Renine komt in aanraking met het normaal inactieve hormoon angiotensine en verandert deze in zijn actieve vorm.
  3. Deze actieve angiotensine wordt op zijn beurt omgezet tot angiotensine II door het enzym ACE, Deze is voornamelijk te vinden in de long capillairen. Angiotensine II is verantwoordelijk voor de vasoconstrictie die de bloeddruk laat stijgen. 
Bij malfunctie in de nieren:
  1. De nieren zijn aangedaan en produceren maar weinig urine. De JG cellen stimuleren afgifte van een lage concentratie renine. Gezien het om een langer functieverlies gaat is dit een continue afgifte.
  2. De bloeddruk stijgt enorm en kan CVA, HTN encefalopthapie, atherosclerose, een hartaanval, hypertensieve retinopathie en nefropathie veroorzaken.

Vasculaire risico's

  • Hoge bloeddruk
  • Diabetes
  • Roken
Vasculaire aandoeningen kunnen bij de nieren leiden tot nierfalen of chronische nierinsufficientie (in de ogen te herkennen aan calciumneerslag in de laag van bowman! > band keratopathie). Bij de ogen zijn het oorzaken van macula degeneratie, diabetische retinopathie, glaucoom en cataract.

Hoge bloeddruk

Er is sprake van een hypertensieve crisis bij een druk van 200/120 mmHG (normwaarde 120/80), mensen klagen nu over wazig zien, benauwdheid en hoofdpijn. Bij zo'n hoge druk is er risico op uitval van vitale organen. Kan CVA, HTN encefalopthapie, atherosclerose, een hartaanval, hypertensieve retinopathie en nefropathie veroorzaken.


Typerend beeld bij HTN; papiloedeem, cotton wool spots, bloedinkjes, macula ster


gradaties bij HTN retinopathie


Vernauwing van de bloedvaten bij een hoge bloeddruk werkt als volgt:
  • Prostacycline en stikstofmonoxide worden geproduceerd door gezond endotheel
  • Dit zijn vaatverwijders die zorgen voor ontspanning van het gladspierweefsel
  • Normaal zijn deze in evenwicht met natuurlijk vaatvernauwende stoffen
  • Wanneer het endotheel beschadigd raakt door hoge bloeddruk raakt het evenwicht verstoord en kan er (sterke) vaatvernauwing optreden
Bij hogere gradaties zullen de vaten koper en zilverkleurig kleuren. Dit komt door verdikking van de vaatwand na beschadiging. Normaalgesproken zijn de vaatwanden helder en is de rode kleuring te verklaren door de rode kleur van het bloed. Je kijkt direct op de bloedsomloop. Bij verdikking lijkt er verkleuring te ontstaan doordat de vaten niet meer doorzichtig zijn. Dit kan alleen in de arterien plaatsvinden! We spreken hier namelijk over atherosclerose.

Bloedinkjes in de retina door toedoen van HTN zijn vaak vlamvormig. In sommige gevallen kunnen er ook dot en blot bloedingen ontstaan. Ze bevinden zich in de ganglioncellaag van het netvlies.

Diabetische retinopatie

Dot en blot bloedingen zijn zeer typerend voor DRP. Deze bloedinkjes bevinden zich tussen de binnenste nucleaire en buitenste plexiforme lagen van het netvlies. 

Bij een te hoog bloedsuikergehalte gaan de peri- en podocyten die de vaten in het netvlies en in de nieren beschermen dood. De bloedvaten worden zwak. De zwakke bloedvaten vormen microaneurysma en vloeistof lekt weg uit de bloedvaten. Er ontstaan grotere bloedingen die op hun beurt zorgen voor neovascularisatie en littekenweefsel.

In de nieren zorgen de podocyten ervoor dat er geen eiwitten in de urine kunnen komen. Wanneer dit wel gebeurt kan er meteen over DM gesproken worden.




 

Reacties

Populaire posts van deze blog

2C casussen

Het onderstaande is een overzicht voor een praktijk uitvoering passende bij eerder gepubliceerde mogelijke diagnosen en daarbij horende klachten. Differentiaal diagnose is uitgebreider voor volledigheid (en extra punten)

Imaging - optometrie 2B

 In blok B van jaar 2 staat het onderwerp ''imaging'' - afbeeldingstechnieken - centraal. Deze technieken zijn van groot belang voor het onderzoeken  van de ooggezondheid. 

DDX amblyopie

 Wanneer een patient een verminderde visus heeft, hetzij uni- of bilateraal, behoort een amblyopie tot de differentiaal diagnosen. Deze diagnose kan niet gesteld worden op basis van de anamnese: pathologie moet uitgesloten worden en een amblyogene factor moet aangetoond worden. Bij het opstellen van een vervolgplan moet de optometrist op de hoogte zijn van het effect van (aanpassingen op) de refractieve correctie op suppressie/dominantie bij strabismus of amblyopie. Deze moeten herkend worden als contra-indicatie bij het overwegen van visuele training, of prisma's bij asthenopie. Ook moet de optometrist passend advies geven, gebaseerd op de theorie, over amblyopie behandeling en over strabismus behandeling.