Doorgaan naar hoofdcontent

Werkcollege 1 2D contactlenzen aantekeningen

 Onderwerp; Complicaties van het (cornea) endotheel en het graderen hiervan


Tentamen inhoud

  • Fictieve casus, soortgelijk aan wat we gewend zijn van voorafgaande examens. DDX lijst zal op canvas komen
  • Onderwerpen uit semesters A t/m D van jaar 2
  • Bestaande uit anamnese, spleetlamponderzoek, inzetten en uithalen lenzen en beoordelen van vormstabiele asferische en zacht torische lens, evaluatie, plan
  • Tijdens de laatste twee praktijklessen zullen er oefencassusen gedaan worden
Tijdens de toets moet je aan de hand van een topografiebeeld aangeven welke lens je adviseert. Voorbeeld oefeningen;
  1. Refractie is S+2,00=C-1,50 op as 180 graden, K-waarden 7.80/7.50 op 180 graden. Welke lens adviseer je?
  2. Refractie is S-1,50=C-2,25 op as 180 graden, K-waarden 7.90/7.85 op 180 graden. Welke lens adviseer je?
  3. Refractie is S+1,00=C-1.75 as 180 graden. K-waarden 8.00/7.65 op 90 graden. Welke lens adviseer je?

  1. Sferisch vormstabiel; cilinder is gelijk aan de corneacilinder en wordt opgeheven
  2. Torische, zachte contactlens. Kleine corneacilinder. Harde lens zou stabilisatieproblemen kunnen geven. Eventueel buiten- of bitorisch.
  3. As is tegengesteld, een vormstabiele lens zou de afwijking verdubbelen. Hier werkt enkel een zachte, torische contactlens.
Ook moet je iets kunnen zeggen over de aanbevolen of afgeraden vloeistof(fen)

Fenestraties

"Soms worden er in deze lenzen kleine openingen (fenestraties) gemaakt om de traancirculatie te stimuleren en het uitnemen te vergemakkelijken.

Menicon: Fenestraties in contactlenzen zijn kleine, strategisch geplaatste gaatjes (meestal drie) die de traandoorspoeling bevorderen en voorkomen dat de lens vacuum zuigt op het hoornvlies. Ze worden voornamelijk toegepast in vormstabiele lenzen, waaronder Menicon Nachtlenzen om comfort te garanderen en de gezondheid van het oog te waarborgen.



Cornea endotheel

Endotheel aanslag

Vaak gerelateerd aan hypoxie en/of chronische ontsteking. 
Materiaal met een hogere dichtheid dan de omgevende structuren. Niet verwarren met microcysten. Deze zitten in het endotheel, terwijl deze aanslag op het endotheel zit.
  • deposits op het cornea endotheel
  • plaats inferior onder de pupil
  • meestal bilateraal
  • niet meer (specifiek) gerelateerd aan contactlenzen
Wit (of oranje/bruine aanslag, dan spreken we van pigment, potentieel pigmentdispersie)

Blebs

  • Zichtbaar in endotheel reflectie
  • Zwarte plekken in het endotheel
  • Te zien bij contactlens dragers, al vrij kort na het inzetten. Nemen na verloop van tijd weer af

Blebs zijn symptoomvrij. Worden veroorzaakt door hypoxie en verzuring. De endotheelcellen zwellen op door verminderde vocht uitwisselen, de achterkant wordt boller en licht niet op.

Celverlies

Celverlies is tot op zekere hoogte een normaal verouderingsproces. De verloren cellen worden opgevuld door middel van vergroten van oppervlakte van de overgebleven cellen.

Endotheelcelverlies is enkel pathologisch wanneer de afname van cellen zo groot is dat de pompfunctie niet meer toereikend is, wat leidt to hoornvliesoedeem.

Polymegatisme

Poly: many
Megethos: size

Verwijst naar de hexa-vorm van de endotheelcellen. Ze zijn zeskantig en van gelijke grootte (tot er celverlies optreedt)


Vergrootting van de celvorm door veroudering

TIP

Voor de testvisiontoets MOET je de volgende aandoeningen kennen;



Reacties

Populaire posts van deze blog

2C casussen

Het onderstaande is een overzicht voor een praktijk uitvoering passende bij eerder gepubliceerde mogelijke diagnosen en daarbij horende klachten. Differentiaal diagnose is uitgebreider voor volledigheid (en extra punten)

Imaging - optometrie 2B

 In blok B van jaar 2 staat het onderwerp ''imaging'' - afbeeldingstechnieken - centraal. Deze technieken zijn van groot belang voor het onderzoeken  van de ooggezondheid. 

DDX amblyopie

 Wanneer een patient een verminderde visus heeft, hetzij uni- of bilateraal, behoort een amblyopie tot de differentiaal diagnosen. Deze diagnose kan niet gesteld worden op basis van de anamnese: pathologie moet uitgesloten worden en een amblyogene factor moet aangetoond worden. Bij het opstellen van een vervolgplan moet de optometrist op de hoogte zijn van het effect van (aanpassingen op) de refractieve correctie op suppressie/dominantie bij strabismus of amblyopie. Deze moeten herkend worden als contra-indicatie bij het overwegen van visuele training, of prisma's bij asthenopie. Ook moet de optometrist passend advies geven, gebaseerd op de theorie, over amblyopie behandeling en over strabismus behandeling.