Doorgaan naar hoofdcontent

Gezichtsveld onderzoek

Gezichtsveld onderzoek wordt gebruikt om te beoordelen of de zenuwvezellaag van het netvlies afdoende werkt en/of dat de interpretatie in de hersenen nog voldoende functioneert. 

Belangrijke basis: gezichtsvelden

Humphrey Field Analyzer (HFA)

De HFA meet het gezichtsveld per oog. De patient kijkt gefocust naar 1 centraal punt en door middel van lichtprikkels met verschillende itensiteit afwisselend in het centrale en perifere beeld wordt de gevoeligheid van het netvlies bepaald.
De resulaten worden uitgedrukt in decibel (dB)
Een lage dB refereert naar een slechtere gevoeligheid, een hogere dB naar een betere gevoeligheid.

Begrippen

Total deviation: laat zien hoeveel elk meetpunt afwijkt van de normale waarde voor die leeftijd. Het vergelijkt de gemeten gevoeligheid met een gezonde referentiedatabase. Een negatieve waarde duidt op een slechtere functie dan de norm. TS omvat al het verlies, zowel diffuus als lokaal.
Pattern deviation: corrigeert voor algemeen (diffuus) verlies en laat vooral lokale defecten zien. Het 'trekt' een algemene gevloeligheidsdaling recht en accentueert plekken die relatief slechter zijn dan de rest van het veld.

KenmerkTotal Deviation (TD)Pattern Deviation (PD)
Wat meet het?Totale afwijking vs normaalLokale afwijking na correctie
Diffuus verlies✔️ zichtbaar❌ grotendeels weggefilterd
Lokale defecten✔️ zichtbaar✔️ beter zichtbaar
Gevoelig voor cataract✔️ sterk❌ minder
Belangrijk voor glaucoom⚠️ beperkt✅ essentieel

Interpretatie in 8 ''zones''

Het rapport wordt systematisch gelezen in 8 delen:
  • Patient- en testgegevens; identiteit, leeftijd, correctie en pupilgrootte
  • Betrouwbaarheid; houdt rekening met false positives, false negatives en fixatie verlies. Bij een hoge waarde is de test minder goed te vertrouwen en moet deze misschien herhaald worden
  • Gray scale; visuele weegave van defecten. Dit is enkel illustratief, niet diagnostisch
  • Total deviation; toont afwijkingen t.o.v. normaal netvlies
  • Pattern deviation; corrigeert voor algemene daling zoals cataract
  • Globale indices; Mean deviation voor algemene schade, Pattern SD voor lokale afwijkingen en VFI/% voor het totale gezichtsveld. Moeten gezamelijk geinterpreteert worden
  • Glaucoma Hemifield Test (GHT); vergelijkt de boven en onderkant van het gezichtsveld
  • Gaze Tracker; toont oogbewegingen en fixatieproblemen tijdens de test.

De 8 zones in een HVF printout
bron

Interpretatieregels

Kijk eerst naar betrouwbaarheid, daarna pas naar de mogelijke defecten.
Focus op pattern deviation, niet enkel op de grijskaart.
Vergelijk TD en PD: een afwijkende TD met een normale PD duidt vaak op cataract. Wanneer ze beiden afwijken is er mogelijk sprake van glaucoom.

Typische glaucoombevindingen

Gelokaliseerde defecten, over het algemeen boogvormig en nasaal. Je zult ook asymmetrie treffen tussen de hemisferen boven en beneden.
Vroege schade is subtiel en beter zichtbaar in probability plots dan in een grijskaart.

Voorbeeld bij superior arcuate scotoom met centrale punten

Veel voorkomende artefacten (fouten)

 - Een trigger happy patient; een valse hoge gevoeligheid
 - Cloverleaf patroon; vermoeidheid of slechte samenwerking (In sommige gevallen is de patient zelfs in slaap gevallen tijdens de test)
 - Randartefacten; verkeerde lenspositie / patient zit niet goed voor het apparaat gepositioneerd

Belangrijkste punten

  1. Systematische aanpak, zone per zone, is een vereiste
  2. Controleer altijd de betrouwbaarheid als eerste
  3. Focus op pattern deviation en indices
  4. Altijd klinisch correleren en herhalen bij twijfel

Soorten uitval

Afhankelijk van waar in het systeem het probleem zit kunnen we verschillende soorten uitval verwachten. Het kan in het oog zelf (bvb cataract, glaucoom), in de oogzenuw (bvb laesie, verdrukking) of in de hersenen zitten.

Scotoom

Een blinde vlek of verminderd zicht op een specifieke plek. Kan groot of klein zijn. Bijvoorbeeld bij maculadegeneratie.

Centrale gezichtsvelduitval

Uitval in het midden van het zicht. Veroorzaakt moeite met lezen en gezichtsherkenning. Komt vaak voor bij oogzenuwproblematiek en maculadegeneratie.

Perifere gezichtsvelduitval (ookwel kokerzien)

Het zicht aan de zijkanten is aangedaan, alsof je door een tunnel heen kijkt. Is typerend voor glaucoom maar bijvoorbeeld ook bij retinitis pigmentosa.

Hemianopsie

De helft van het gezichtsveld is weggevallen. Kan het linker- of rechter deel treffen. Komt vaak voor na een beroerte of bij tumoren en hersenletsel.
Subtypen:
  • homonieme hemianopsie, dezelfde kant in beide ogen valt uit
  • bitemporale hemianopsie, buitenste helften vallen uit (vaak bij hypofyseproblematiek)

Quadrantanopsie

Slechts een kwart van het gezichtsveld ontbreekt, kan ik alle delen van het gezichtsveld ontstaan. Meestal door hersenbeschadiging.

Altitudinale uitval

Bovenste of onderste helft van het gezichtsveld valt uit. Kan voorkomen bij problemen met de bloedvoorziening van de oogzenuw.

Volledig gezichtsverlies

Tijdelijk of blijvend verlies van het zicht. Een bekend voorbeeld is amaurosis fugax.
Kan ook permanente en diepe schade betekenen in de visuele cortex.

Handleiding afnemen gezichtsveldonderzoek

met de ZEISS Humphrey instrument.

Uitvoering GVO

  • welke GVO is aangevraagd?
  • welke GVO heeft iemand eerder gehad> indien er eerder een onderzoek heeft plaatsgevonden moet deze gecontroleerd worden op defecten en betrouwbaarheid
  • zoek de brilsterkte en de visus op. Bereken het voor te zetten pasglassje, houdt rekening met de werkafstand van 33 cm. In het UMC wordt de sferische equivalent gebruikt voor in de gel-lens.

Zoek de patient op in het apparaat

  • Wanneer de patient in het apparaat geregistreerd staat hoef je deze enkel te selecteren, anders invoeren op basis van achternaam, tussenvoegsel en voornaam, en geboortedatum

Kies de juiste teststrategie

Keuze uit;
  • 24-2 SITA standard (HU)
  • 10-SITA (HU)
  • 120-points
  • Esterman
  • 24-2 SITA Fast
  • 10-2 SITA
Kies het oog dat je wilt testen, herhaal later voor het andere oog. Wanneer een patent voor de eerste keer het onderzoek doet begin dan altijd met het 'goede' oog of overleg dit met de patient.

Uitleg aan de patient

  • De oogarts/optometrist heeft dit onderzoek aangevraagd om te testen wat uw gezichtsveld is.
  • Straks gaat U in dit apparaat naar een lampje kijken en dan komen er lichtjes omheen. Zodra u de lichtjes eromheen ziet, drukt u op een knop. De test doen we eerst met uw ene, daarna met uw andere oog.
  • Vraag of de patient de instructies begrepen heeft.
  • Plak het oog wat niet getest wordt af, of dek het af met een klepje als dit mogelijk is.

Uitvoering

  • In het donker of bij gedimd licht
  • De patient neemt plaats achter het apparaat
  • Geef de knop aan de patient en laat zien hoe deze gebruikt moet worden
  • Plaats de lens met correcte sterkte, op de werk afstand, voor het te testen oog
  • Controleer of de patient het lampje voldoende scherp ziet
  • Meet de foveale gevoeligheid ''ziet U de lampjes?''
  • Laat de patient in het midden van de lampjes kijken. ''Straks ziet u een extra, (vijfde) lampje in het midden. Soms is het licht fel, soms zwak en soms is het er helemaal niet. Druk op de knop als u het lichtje ziet.''
  • Stel de fixatiemonitor in. ''We gaan een korte meting doen. Kijkt u recht vooruit naar het lampje. Tijdens deze meting blijft U alleen maar naar het lampje kijken. Houdt het oog goed open.'' de patient gebruikt weer de knop wanneer er extra lichtjes te zien zijn. Dit was allemaal nog voorbereidend werk + de foveale check. Goede controle om te weten of de patient daadwerkelijk de test begrepen heeft.
  • Zorg ervoor dat de patient snapt dat ze naar voren moeten blijven kijken. Start de rest van de test.
  • Pauzeer de test af en toe om de patient wat rust te geven. De patient blijft wel goed achter het apparaat zitten tijdens de pauze. (=/- 30 tot 90 seconden per testronde, dan een paar seconden pauze)
  • De test stopt automatisch

Betrouwbaarheids parameters


Uitzonderingen voor speciale patientgroepen

  • Patienten afkomstig van de afdeling neurologie kunnen worden of zijn al reeds geopereerd aan de hersenen. Zo'n operatie kan het gezichtsveld aantasten, vandaar de test vooraf en na de operatie. Het gezichtsveld wat je hierbij uitvoert is een 120-puntsscreening. Dit houdt in dat er op 120 punten een lampje wordt aangeboden op een en dezelfde lichtintensiteit.
  • Patienten die vanuit het OCF spreekuur komen hebben vaak een zeer langzaam groeiende of stabiele tumor. Deze patienten komen dan ook jaarlijks op dit spreekuur om mogelijke progressie te monitoren. Hierbij speelt het gezichtsveldonderzoek ook een belangrijke rol. Deze patienten zullen altijd een 24-2 GVO krijgen of bij hoge uitzondering een 30-2. Kijk hiervoor altijd in de order wat voor soort gezichtsveld zij moeten krijgen.






Reacties

Populaire posts van deze blog

2C casussen

Het onderstaande is een overzicht voor een praktijk uitvoering passende bij eerder gepubliceerde mogelijke diagnosen en daarbij horende klachten. Differentiaal diagnose is uitgebreider voor volledigheid (en extra punten)

Imaging - optometrie 2B

 In blok B van jaar 2 staat het onderwerp ''imaging'' - afbeeldingstechnieken - centraal. Deze technieken zijn van groot belang voor het onderzoeken  van de ooggezondheid. 

DDX amblyopie

 Wanneer een patient een verminderde visus heeft, hetzij uni- of bilateraal, behoort een amblyopie tot de differentiaal diagnosen. Deze diagnose kan niet gesteld worden op basis van de anamnese: pathologie moet uitgesloten worden en een amblyogene factor moet aangetoond worden. Bij het opstellen van een vervolgplan moet de optometrist op de hoogte zijn van het effect van (aanpassingen op) de refractieve correctie op suppressie/dominantie bij strabismus of amblyopie. Deze moeten herkend worden als contra-indicatie bij het overwegen van visuele training, of prisma's bij asthenopie. Ook moet de optometrist passend advies geven, gebaseerd op de theorie, over amblyopie behandeling en over strabismus behandeling.