Doorgaan naar hoofdcontent

Systemische medicatie

 Systemische medicatie kunnen invloed hebben op de cornea, ooglens en het netvlies, maar ook bijvoorbeeld de productie van kamerwater wat risico op glaucoom kan verhogen. Voor een optometrist is het belangrijk om de werking van medicatie op het lichaam en zowel de directe als indirecte gevolgen voor het oog te begrijpen. 


Para- en sympatisch zenuwstelsel

Het parasympatische en sympatische zenuwstelsel zijn onderdelen van het autonome zenuwstelsel. Dit stelsel regelt de onbewuste, dus autonome, lichaamsfuncties. Je hoeft hier niet over na te denken, het gebeurt gewoon vanzelf. Onder deze functies vallen;
  • hartslag en bloeddruk
  • ademhaling
  • spijsvertering
  • lichaamstemperatuur
  • zweetproductie
  • pupildiameter
  • aanpassing aan stress of rust (fight or flight)

Sympatisch zenuwstelsel

De kernfunctie van het sympatisch zenuwstelsel is het voorbereiden van het lichaam op actie, stress en gevaar. Wanneer je zelf alerter en actiever bent wordt dit deel van het systeem geactiveerd.
Algemene effecten zijn dan ook;
  • verhoging van de hartslag en bloeddruk
  • verwijding van de luchtwegen
  • remming van de spijsvertering
  • verhoogde alertheid
  • mobilisering van glucose en vetzuren voor energie
De anatomische oorsprong ligt in het thoracale en lumbale ruggenberg. Het bestaat uit korte preganglionaire zenuwen en lange postganglionaire zenuwen.
De neurotransmitters horende bij het sympatische zenuwstelsel zijn preganglionair acetylcholine en postganglionair praten we meestal over noradrenaline.

Parasympatisch zenuwstelsel

De kernfunctie van het parasympatische zenuwstelsel is het in rust brengen van het lichaam om herstel en energieopslag te bevorderen. Het is dus de tegenhanger van het sympatische zenuwstelsel. Deze twee zijn in het geval van homeostase perfect met elkaar in balans en zijn zo erg gevoelig voor veranderingen in de omgeving om snel en precies te kunnen reageren. De algemene effecten zijn als volgt:
  • verlaagt de hartslag
  • simuleert de spijsvertering
  • bevordert speeksel- en traanproductie
  • bevordert herstel en ontspanning
De anatomische oorsprong ligt in de hersenstam (craniale zenuwen 3, 7, 9 en 10) en het sacraal ruggenmerg. Het heeft lange preganglionaire zenuwen en korte postganglionaire zenuwen. Zowel de pre als postganglionaire zenuwbanen gebruiken acetycholine als neurotransmitters.

Werking op het oog

De sympatische en parasymatische systemen hebben invloed op de pupilgrootte, accommodatie en traanproductie. Het contrast is het duidelijkst te zien aan de pupilgrootte, die in rust kleiner zijn dan wanneer we actief zijn.

M. sphincter pupillae, een gladde spier die de pupil vernauwt: aangestuurd door het parasympatische zenuwstelsel. Beschermt het netvlies tegen te veel licht en verhoogt de scherpte bij dichtbij kijken.
M. dilatator pupillae, een gladde spier die de pupil verwijdt: aangestuurd door het sympatische zenuwstelsel. In nood situaties biedt dit meer licht en een betere waarneming om sneller op gevaar te kunnen reageren. Wordt aangestuurd vanuit de hypothalamus.
M. ciliaris, een gladde spier die onderdeel maakt van de accommodatie, wordt aangestuurd door het parasympatische zenuwstelsel. Dit maakt het met de M. sphincter pupillae en de convergentie samen de trias die wordt aangesproken bij het lezen: convergeren, pupil vernauwing en aangespannen accommodatie.



Systemische medicatie

De naam zegt het al; systemische medicatie werken in op het gehele systeem, zeker bij onzorgvuldig gebruik. Dit kan voor vervelende bijwerkingen zorgen.

Antihistamines

Waavoor het gebruikt wordt:
  • allergieen
  • misselijkheid, reisziekte
  • soms als slaapmiddel
Het systemische effect:
  • sedatie
  • droge mond
  • urineretentie
  • obstipatie
Het werkt vooral anticholinerg > een parasympathicolytisch effect
Effecten op de ogen kunnen zijn:
  • myrdriasis (pupilverwijding)
  • verminderde accommodatie
  • droge ogen
  • kleine verhoging in risico op nauwe kamerhoek glaucoom

Antipsychotica

Waarvoor het gebruikt wordt:
  • psychoses
  • schizofrenie
  • bipolaire stoornis
Systemische effect:
  • sedatie
  • orthostatische hypotensie
  • extrapiramidale bijwerkingen
  • anticholinerge effecten
Effecten op de ogen kunnen zijn:
  • wazig zien
  • accommodatiestoornissen
  • soms pigmentafzetting in de cornea of lens (bijvoorbeeld chlorpromazine)

Cyclische antidepressiva

Waarvoor het gebruikt wordt:
  • depressie
  • neuropatische pijn
  • migraineprofylaxe
Systemische effect:
  • sedatie
  • tachycardie
  • droge mond
  • urineretentie
Effecten op de ogen kunnen zijn:
  • mydriasis
  • accommodatieproblemen
  • verhoging in het risico op acuut glaucoom

Mydriatica

Waarvoor het gebruikt wordt:
  • oogheelkundig onderzoek
  • uveitis (verkleving voorkomen)
  • soms therapeutisch (bijvoorbeeld myopie remming)
Systemische effect:
  • atropine : werkt anticholinerg
  • fenylefrine : werkt sympathicomimetisch
Effecten op de ogen kunnen zijn:
  • pupilverwijding
  • verlies van accommodatie (handig bij Rx bij jonge patienten)
  • lichtschuwheid
  • verhoogde oogdruk in het geval van een nauwe kamerhoek

Anti malaria medicatie

Waarvoor het gebruikt wordt:
  • malaria
  • auto-immuunziekten
Systemische effect:
  • gastro-intestinale klachten
  • huidveranderingen
  • neurologische effecten bij hoge dosering
Effecten op de ogen kunnen zijn:
  • retinopathie
  • maculadegeneratie
  • verminderd kleurenzien
  • blijvende visusstoornissen
Het is een toxisch medicijn die bij langer gebruik of hoge dosering zorgt voor ophopingen in de retina en het RPE.

Ontstekingsremmers, NSAID en corticosteroide

Waarvoor het gebruikt wordt:
  • infecties
  • auto-immuunziekten
  • trauma
  • pijn
  • koorts
  • sterke ontstekingen (cortico)
  • allergieen 
Systemische effect:
  • remmen COX
  • maagklachten
  • nierbelasting
  • immuunsuppresie
  • hyperflykemie
  • gewichtstoename (cortico)
  • osteoporose (cortico)
Effecten op de ogen kunnen zijn:
  • roodheid
  • pijn
  • zwelling
  • droge ogen
  • cataract, posterior subcapsulair (cortico)
  • verhoogde oogdruk (cortico)
  • secundair glaucoom (cortico)
  • verhoogd infectierisico (cortico)

Tamoxifen

Waarvoor het gebruikt wordt:
  • hormoongevoelige borstkanker
Systemische effect:
  • anti-oestrogene werking
  • trombo-embolie risico
  • opvliegers
Effecten op de ogen kunnen zijn:
  • tamoxifen-retinopathie
  • kristalafzettingen in de retina
  • macula-oedeem
  • verminderde visus






Reacties

Populaire posts van deze blog

2C casussen

Het onderstaande is een overzicht voor een praktijk uitvoering passende bij eerder gepubliceerde mogelijke diagnosen en daarbij horende klachten. Differentiaal diagnose is uitgebreider voor volledigheid (en extra punten)

Imaging - optometrie 2B

 In blok B van jaar 2 staat het onderwerp ''imaging'' - afbeeldingstechnieken - centraal. Deze technieken zijn van groot belang voor het onderzoeken  van de ooggezondheid. 

DDX amblyopie

 Wanneer een patient een verminderde visus heeft, hetzij uni- of bilateraal, behoort een amblyopie tot de differentiaal diagnosen. Deze diagnose kan niet gesteld worden op basis van de anamnese: pathologie moet uitgesloten worden en een amblyogene factor moet aangetoond worden. Bij het opstellen van een vervolgplan moet de optometrist op de hoogte zijn van het effect van (aanpassingen op) de refractieve correctie op suppressie/dominantie bij strabismus of amblyopie. Deze moeten herkend worden als contra-indicatie bij het overwegen van visuele training, of prisma's bij asthenopie. Ook moet de optometrist passend advies geven, gebaseerd op de theorie, over amblyopie behandeling en over strabismus behandeling.