Doorgaan naar hoofdcontent

''Hobbels en Bobbels''

 Aandoeningen die, in tegenstelling tot de andere onderwerpen, veelal rondom de ogen voorkomen. Daarbij is de aandacht voor de meest vookomende 'hobbels en bobbels' die je in de praktijk gaat tegenkomen. Om goed te kunnen differentieren tussen afwijkend-normaal en pathologisch wordt een ezelsbruggetje aangeleerd; de ABCDE regel

Officiele ABCDE

Hanteren in kliniek HU

Hobbels en bobbels herkennen



Oogleden

1. freckle

Verandering in grootte of pigmentatie van een ooglid laesie is een belangrijk onderdeel van de anamnese. 75% van de melanomen worden gevonden in 'nieuwe' moedervlekken na de leeftijd van 30 jaar!

Een sproet ontstaat door zonlicht of genetisch. Meer zichtbaar na blootstelling aan UV licht. Een sproetje is plat, klein en bruinachtig. Kan op de neus, schouders, bovenrug, armen voorkomen. Een sproet kan nooit een moedervlek worden.


Een moedervlek, ook wel een naevus genoemd, ontstaat door clustering van cellen ipv het verspreiden hiervan. Actieve melanocyte cellen die in een cluster groeien.
Zijn iets geeleveerd, ruw met soms abnormale vorm.


Nevi kunnen verworven of congenitaal zijn. Verworven nevi ontstaan tussen de 5 en 15 jaar. Ze groeien NIET.
Een nevi kan gepigmenteerd zijn, maar dat hoeft niet

2. congenital melanocytic naevus

Goedaardige neoplasma's of hamartomas. Bestaan uit melanocysten (pigment producerende cellen). Ontstaan als anomalie tijdens de embryogenese.


3. acquired melanocytic naevus

Goedaardige neoplasma's. Komen in alle zoogdiersoorten voor. Veel voorkomend bij mensen, honden en paarden. Ontwikkeling van verworven nevi:
  1. Junctional nevus
  2. Compound nevus
  3. Dermale nevus

4. syringoma

Subjectief: cosmetisch

Objectief: goed aardig adnexa neoplasma
Gebouwd in de huid als een soort 'buis' element
Komt bij 1% van de bevolking voor, heeft geen voorkeur voor afkomst. F>M
Heeft een sterke associatie met down syndroom en met DM.


Pathofysiologie: benigne neoplasma ontstaat langs eccrine (zweet) lijnen.

Prognose: goedaardig en alleen cosmetisch relevant.

5. pilomatricoma

Subjectief: cosmetisch, groeied hard bultje. Soms gepaard met pijn.

Objectief: enkele harde, niet gevoelige subcutane bultjes. Groeit over een periode van maanden of jaren.


Pathofysiologie: calciferend epithelioom van malherbe. Ontstaat uit haar matrix cellen in de buurt van een haarfollikel.

6. capilair hemangioom

Subjectief: variabel. Er kan groei in de afmetingen zitten.

Objectief: Benigne vasculaire tumor. Kan voorkomen op het ooglid, de conjunctiva, het gezicht en ook in de orbita. Het gevaar schuilt in het ruimte innemende effect. Deprivatie amblyopie risico!


Overblijfsel na afname van capilair hemangioom


Pathofysiologie: hamartomateuze proliferaties van vasculaire endotheelcellen. Van alle hemangiomen is 30% aanwezig bij de geboorte en 100% bij 6 maanden oud. Langzame regressie vindt plaats, op 7 jarige leeftijd is bij 75% van de voorvallen en hemangioom weg.

Prognose: zeer goed voor cosmetisch en visueel herstel. Er wordt behandeld wanneer het bewegingsbeperkend of visus bedreigend is, anders een conservatieve benadering.

7. pyogeen granuloom

Subjectief: irritatie, rode vleesboom in het oog. Gevoelig voor bloedingen. Snelle groei na trauma, operatie of ontsteking (chalazion)

Objectief: gesteelde vasculaire laesie. Vleesachtige rode of roze massa 


Pathofysiologie: heftige proliferatie van granulatieweefsel. Ontwikkelt na minor trauma of operatie. Oculair extern oppervlak van ooglid of de palpebrale conjunctiva.

Prognose is goed na het verwijderen van de massa


8. neurofibroom

9. chalazion

Voorafgaand komt vaak een hordeolum. Subjectief: pijn en rode ooglid zwelling. Objectief: een strontje, gelokaliseerde infectie of ontsteking van de ooglidrand. Kan een folikel van een wimper zijn of een meibom klier. Nat en warm maken omdat je wil dat deze op zachte wijze open klapt. Minimaal 10x per dag met warme doek behandelen.

 

Wanneer een hordeolum open knapt en niet goed gedrained wordt of wanneer er vuil in komt kan er zich een chalazion gaan ontwikkelen. De pijn en roodheid (blijft wel, maar minder) nemen af maar de zwelling houdt aan. Een groot chalazion kan visusklachten en irregulair astigmatisme veroorzaken.

Objectief: erythemateuze, stevige en drukgevoelig gezwel in de tarsale conjunctiva.


Pathogenese: steriele granulomateuze ontsteking. Opgehoopt lipide-rijk sebaceous (talg) materiaal.

Behandeling: warme kompressen met lichte massage

Prognose: binnen een maand opgelost. In het geval van terugkomend chalazia is er vaak een onderliggende oorzaak als bvb blefaritis

Chalazia komen over het algemeen alleen bij jongeren voor. Wanneer je dit bij ouderen (45+) tegen komt moet je goed controleren dat je niet met iets anders te maken hebt (zie tumoren)

10. xanthelasmata palpebrarum

Subjectief: puur cosmetisch

Objectief: scherp begrensd, gelige cholesterol ophoping onder de huid. Komt aan de nasale, inner canthus voor, vaker superior dan inferior. Ontstaat tussen de 15-75 jaar, vaker in de westerse ontwikkelde landen. 


Plan: verwijzen naar de huisarts voor een APK. Daar kan eventueel overwogen worden om naar een dermatoloog of plastisch chirurg verwezen te worden om de xanthelasma voor cosmetische redenen te verwijderen. Let op! Dit verschijnsel kan een voorspeller zijn van verhoogd risico op myocardinaal infarct, ischemische hartziekte en ernstige arteriosclerose ivm verhoogd cholesterol.

Prognose: Komt vaak terug na verwijderen (tussen de 30 en 60%, 80% wanneer het op alle 4 de oogleden aanwezig was)

11. plaveisel cel papilloma / acrochordon

Subjectief: cosmetische klachten

Objectief: meest voorkomende goedaardige epitheliale tumor van het ooglid. Kan zittend of gesteeld zijn. Lijkt een beetje op een skin tag. Aleenstaand of in meervoud en kan zowel glad als ruw voorkomen. Mogelijk gepigmenteerd, kan ook ongepigmenteerd. Ontwikkelt vaak na middelbare leeftijd. Net zo vaak bij vrouwen als bij mannen.


zit het op de ooglidrand? de wimperharen groeien er doorheen!

Pathogenese: benigne epitheliale ooglid tumor

Plan: monitoren of verwijderen. Geef advies om de huid goed tegen de zon te beschermen

Prognosis: goed :) laesie kan wel terugkomen op dezelfde of een andere locatie

12. squamous papilliloma

13. seborrische keratosis

14. cyst van zeiss

15. sebaceous cyste

Objectief: goedaardige cyste gevuld met kaas-achtig sebum.

Pathofysiologie: verschil met andere ooglid cystes; kunnen op het hele lichaam voorkomen. Sebaceous klier in de huid is geblokkeerd.

Prognose: goed, de gehele cyst moet verwijderd worden omdat deze anders teruggroeit


16. comedones

Subjectief: cosmetisch

Objectief: open comedones = blackheads, een vorm van acne. Verkleuring van olie door contact met de lucht.

Prognose: goed, kan zeer eenvoudig worden verwijderd. 


17. milia

Pathofysiologie: dode cellen en/of keratine gevangen in basis van haarzakjes of in een zweetklier. De exacte oorzaak is onbekend. Valt niet onder acne. Men denkt dat zonlicht een risico factor is.

Subjectief: puur cosmetisch.

Objectief: kleine geeleveerde bobbeltjes die lijken op een puistje. Kan als enkel bobbeltje voorkomen maar vaak zijn er meerdere plekjes te zien.

Prognose: goed :) self-limiting en kan eenvoudig met een schone naald verwijderd worden.


18. epidermale / lipodermale inclusie cyste

19. epidermoid cyste

20. dermoid cyste

21. eccrine hidrocystoma

Objectief: nodule op de ooglidrand, blauwe/bruine kleur met gele deposities

Patho: cystische verwijding van de intradermale zweetklier kanaaltjes, waarschijnlijk door obstructie. 
Kan worden behandeld met een laser, botuline injectie, operatief of cauterisatie. 



22. apocrine hidrocystoma

Objectief: doorzichtige cyste, transilluminatie wanneer er licht op schijnt. Glad, rond en zacht.


Pathofysiologie: cyste van een zweetklier (moll) bij de basis van een wimper. Kan zwellen of krimpen.

Prognose: goed, kan bij een intacte cyste operatief verwijderd worden

23. molluscum contagiosum

Objectief: een of meer kleine onopvallende koepelvormige of nodulaire wax-achtige papules met navelachtig centrum.


Virus zit in de basis, wanneer deze openbreekt kan het virus zich verder verspreiden. Vandaar de naam.

Patho: nodulaire prlpiferatie van het epitheel. Centrale focus van necrotizerende cellen > drijven naar oppervlak met pokken virus

Optometrist: Niet aankomen. Hygiene adviseren op verspreiding tegen te gaan. Kunsttranen en zalf voor symptoom verlichting

Conjunctiva

1. pingueculum

2. pterygium

3. concreties

4. retention cyste (primair epitheel inclusie)

Subjectief: cosmetisch, milde irritatie afhankelijk van de locatie;
Kan voorkomen in:
  1. Epidermus
  2. Cyste van Moll
  3. Cyste van zeiss
  4. Sebaceous cyste
  5. Conjunctiva

Objectief: geeleveerde ronde gladde witte leasie. Soms porie zichtbaar van de klier duct. Niet doorzichtig. Kan ontsteking geven wanneer deze scheurt

Pathofysiolofie: langzame groei dermale implantatie. Kan congenitaal of verworven.

Prognose: goed, geen behandeling nodig. Eventueel drainage mogelijk

5. Verruca (ooglidrand / huid)

Subjectief: geen klachten, cosmetisch

Objectief: laesies rondom of op de oogleden en ooglidrand. Kleine niet gepigmenteerde papule's met een platte, vlakke basis. Lijkt op een papilloma.


Patho: wrat. papillomateuze groei. vaak bij epidermale infectie met HPV

Prognose: goed, is self limiting. het advies is om er niet aan te zitten en deze niet zelf weg te halen. Indien cosmetisch storend moet er verwezen worden

6. subconjunctivale bloeding

7. phlyctenule

8. hemangioom


Wimpers

1. trichomegalie

Ookwel hypertrichosis.
Meestal komen wimpers voor in twee of drie rijen, en zijn ze kort, dik en lopen iets gebogen. Hier zijn ze langer / dikker dan gebruikelijk.

Subjectief: geen klachten, eventueel droge ogen

Objectief: wimpers langer / dikker dan normaal, meer pigmentatie

Pathofysiologie: komt zowel congenitaal als verworven voor. Wanneer verworven komt dit door medicatie gebruik (cyclosporine, cetuximab, erlotinib en prostaglandine)

Prognose: oorzaak aanpakken en evt symptoom bestrijding. Gezien dit eigenlijk alleen om droge ogen gaat; warme kompressen of druppelen


2. madarosis

Pathofysiologie: verlies van de wimpers en mogelijk ook de wenkbrauwen. De wimperfollikels worden vernietigd. Kan verschillende oorzaken hebben als o.a.: blefaritis, dermatitis, nutritionaal, infecties, trauma, medicatie, genetisch, autoimmuun ziekte of een schildklier aandoening.

Subjectief: droge ogen, cosmetisch

Objectief: wimpers ontbreken deels of in het geheel

Prognose: oorzaak aanpakken indien mogelijk en symptoom bestrijding


3. poliosis

Pathofysiologie: vermindering of afwezigheid van melanine in een groep wimperfollikels. Kan bij congenitale syndromen voorkomen maar kan ook verworven zijn; blefaritis, sarcoidosis, herpes, sympathetisch ophthalmia, vitiligo, bestraling en prostaglandine analogen

Subjectief: cosmetisch
Objectief: wit verkleurde wimpers. Gelokaliseerd gebied met hypopigmentatie

Prognose: hangt af van de oorzaak


4. trichiasis

Subjectief: over het algemeen asymptomatisch. Kan een CA gevoel zijn, roodheid, tranen, milde pijn en fotofobie

Objectief: abnormale wimpergroei bij normale ooglid margin. Komt lokaal, in segment of diffuus voor. DDX pseudotrichiasis waarbij een abnormale ooglidrand aanwezig is waardoor de wimpers verkeerd staan.

óók: districhiasis: hier is een abnormaliteit in dat er een tweede rij wimpers vanuit meibom klieren groeit. Hier is ook sprake van een normale ooglid margin.

Plan optometrie: wimpers waar nodig verwijderen, bandage lens om cornea schade te voorkomen en eventueel kunsttranen of zalf aanbevelen.



5. districhiasis

Staat hierboven omschreven

6. trichotillomania

Pathogenese: een tic. Uitlaatklep voor stress. Komt vaak voor bij mensen met OCD of mensen met een verslavings probleem.

Objectief: wimpers of wenkbrauwen ontbreken deels en lijken afgebroken.


Predisponderend maligne

1. actinic keratosis

2. cutaneous horn / cornu cutaneum

3. keratoachanthoom


Maligne tumoren

1. basaal cel carcinoom

2. plaveisel cel carcinoom

3. lentigo maligna (melanoom)












Reacties

Populaire posts van deze blog

2C casussen

Het onderstaande is een overzicht voor een praktijk uitvoering passende bij eerder gepubliceerde mogelijke diagnosen en daarbij horende klachten. Differentiaal diagnose is uitgebreider voor volledigheid (en extra punten)

Imaging - optometrie 2B

 In blok B van jaar 2 staat het onderwerp ''imaging'' - afbeeldingstechnieken - centraal. Deze technieken zijn van groot belang voor het onderzoeken  van de ooggezondheid. 

DDX amblyopie

 Wanneer een patient een verminderde visus heeft, hetzij uni- of bilateraal, behoort een amblyopie tot de differentiaal diagnosen. Deze diagnose kan niet gesteld worden op basis van de anamnese: pathologie moet uitgesloten worden en een amblyogene factor moet aangetoond worden. Bij het opstellen van een vervolgplan moet de optometrist op de hoogte zijn van het effect van (aanpassingen op) de refractieve correctie op suppressie/dominantie bij strabismus of amblyopie. Deze moeten herkend worden als contra-indicatie bij het overwegen van visuele training, of prisma's bij asthenopie. Ook moet de optometrist passend advies geven, gebaseerd op de theorie, over amblyopie behandeling en over strabismus behandeling.