Doorgaan naar hoofdcontent

(lens)complicaties van de conjunctiva en limbus

 Wanneer uitgegaan wordt van een standaard zachte lens met een diameter van 14,5mm en een radius van 8,60mm, dan overlapt 38% van het lensoppervlakte de bulbaire conjunctiva.
Verder wordt een contactlens grotendeels door de periferie gedragen. Het is dan ook belangrijk om goed naar de bulbaire conjunctiva en limbus te kijken tijdens een contactlens controle.

De pasvorm, zuurstofpermeabiliteit, interactie tussen lens, traanfilm en contactlensvloeistoffen kunnen een duidelijk effect hebben in deze regio's. Met een gedegen spleetlamponderzoek kunnen problemen worden opgespoord, waarna behandeling of aanpassing van de lens, dan wel vloeistof, mogelijk is.

Complicaties van de conjunctiva

Conjunctival staining

De meeste contactlensdragers vertonen in zekere mate klinisch significante conjunctivale roodheid. Een afdruk kan op de conjunctiva ontstaan als gevolg van wrijving of fysieke compressie door de rand van een zachte lens. Compressiekleuring wordt meestal geassocieerd met een strakzittende of sterk gedecentreerde lens. Dit manifesteert zich als een brede ring van conjunctivale kleuring ter hoogte van de lensrand.

De patient heeft meestal geen klachten. Deze aandoening kan worden verholpen door de patient een lens met een grotere radius van de achterste optische zone aan te meten (lossere passing).
Toepassing van fluoresceine kan uitdrogingskleuring op de conjunctiva aan het licht brengen, die zich manifesteert als een reeks diffuse, puntvormige laesies in de interpalpebrale zone.

Bij patienten wie siliconenhydrogel lenzen dragen kan een conjunctivale epitheliale flap worden waargenomen. Deze boogvormige structuren op het epitheel bestaan uit vellen cellen die losgekomen zijn van het onderliggende weefsel. Dit is het gevolg van fysieke irritatie door de rand van lenzen met een hogere modulus.

Beschadiging van het bindvlies, zoals aangetoond door fluorescentiekleuring, is zorgwekkend wanneer we recente onderzoeken naar morfologische veranderingen bekijken. Deze veranderingen omvatten veranderingen in de vorm van het conjunctivale epitheel, de kernmorfologie en de chromatinecondensatie.

Het dragen van zachte contactlenzen gaat ook gepaard met een afname in de dichtheid van gobletcellen. Dit zou kunnen leiden tot een verminderde mucineproductie, wat op zijn beurt bestaande symptomen van droogheid zou kunnen verklaren en mogelijk verergeren.

Conjunctival redness

De klinische presentatie van een 'rood oog' kan een van de moeilijkst te diagnosticeren gevallen zijn vanwege de vele bekende mogelijke oorzaken.
Dit probleem kan nog complexer zijn bij contactlensdragers vanwege de grote verscheidenheid aan oorzaken van contactlensgerelateerd rood oog. 

Conjunctivale roodheid bij contactlensdragers is over het algemeen asymptomatisch, maar patienten kunnen klagen over jeuk, verstopping van kliertjes of de traanbuis, lichte irritatie of een warm of koud gevoel.

Pijn duidt over het algemeen op een aantasting van het hoornvlies of andere weefselpathologie. De mate van conjunctivale roodheid die door contactlenzen wordt veroorzaakt is hypoxie gedreven. De roodheid is minder bij siliconenhydrogel lenzen dan bij conventionele hydrogel lenzen.

Een contactlens kan ook een lokaal mechanisch effect hebben op het epitheel, wat resulteert in verhoogde roodheid. Omdat een contactlens de normale metabolische processen van het hoornvlies en het bindvlies kan verstoren en in combinatie met verschillende vloeistoffen wordt gebruikt, kan een contactlens de mate van conjunctivale roodheid beinvloeden via een lokaal chemisch of toxisch effect.

Lokale infectie en ontsteking kunnen ook roodheid van het oog veroorzaken. De behadelingsopties vallen daarom in vier brede categorieen uiteen; 
  • Aanpassing aan het type, het ontwerp en de wijze van het dragen van de contactlenzen
  • Aanpassing aan de verzorgingssystemen (bv. allergie voor de contactlens vloeistof)
  • Verbetering van de oog(lid)hygiene
  • Het voorschrijven van medicatie
De prognose voor herstel van chronische roodheid door contactlenzen na het verwijderen van de lenzen en het stoppen van dragen is goed.
Chronische roodheid van de conjunctiva verdwijnt binnen twee dagen na het stoppen met dragen van de lenzen. Over het algemeen leidt het verwijderen van elke schadelijke prikkel, inclusief de lens, tot een zeer snel herstel.



Papillary conjunctivitis

Verwijst naar het verschijnen van gelokaliseerde zwellingen of papillen op de conjunctiva. Papillen worden met name waargenomen in het bovenste ooglid en kunnen alleen worden beoordeeld door het ooglid om te klappen om de conjunctiva in beeld te krijgen.

Bij dragers van zachte contactlenzen zijn de papillen vaak talrijker en bevinden ze zich meer richting de bovenste tarsale plaat. Bij dragers van harde contactlenzen zijn de papillen meestal platter en bevinden ze zich meer richting de wimperrand.
In de vroege stadia van deze aandoening kan het bindvlies van de oogleden, afgezien van toegenomen roodheid, niet onderscheiden worden van de normale staat. De verspreiding van de papillen kan dan beter worden beoordeeld met behulp van fluoresceine.

Andere tekenen van ernstige papillaire conjunctivitis zijn conjunctivaal oedeem, overmatige slijmproductie en een milde ptosis. Er kan ook sprake zijn van een injectie in de bovenste limbus. Er zijn twee verschillende klinische presentaties; lokaal en gegeneraliseerd.
Er is over het algemeen overeenstemming tussen de ernst van de tekenen en symptomen.
Patienten kunnen klagen over ongemak tegen het einde van de periode dat zij lenzen dragen, milde jeuk, overmatige slijmproductie, intermitterend wazig zien en soms een licht verlies van het zichtsvermogen tijdens het dragen van de lenzen.

Etiologische factoren zijn onder andere door lenzen veroorzaakte mechanische irritatie en onmiddelijke en vertraagde overgevoeligheid.
De behandeling bestaat uit het aanpassen van het lensgebruik of faracologische benaderingen, zoals milde steroiden. De prognose voor herstel van door ctl veroorzaakte papillaire conjunctivitis na het verwijderen van de lenzen en stoppen met dragen is goed. Binnen 5 tot 14 dagen zijn de symptomen verdwenen.



Complicaties van de limbus

Limbal redness

Roodheid van de conjunctiva in combinatie met een rustige limbus en afwezigheid van pijn duidt op een primair conjunctivaal probleem. Wanneer het echter in combinatie met een gezwollen limbus en pijn in het hoornvlies voorkomt wijst dit op een ernstiger probleem. Een zorgvuldig onderzoek van het oog en de lens met een spleetlamp zal dan doorgaans de oorzaak van het probleem toonbaar maken.

Bij afwezigheid van klinisch waarneembare oogpathologie is hypozie van het hoornvlies de meest waarschijnlijke oorzaak van de overmatige roodheid van de limbus. Door ctl veroorzaakte hypoxie zorgt voor chronische stuwing van de bloedvaten in de limbus in een vergeefse poging om het hoornvlies van zuurstof te voorzien. Een belangrijk voordeel van siliconenhydrogel lenzen met een hoge permeabiliteit is de zeer geringe roodheid die het rondom de limbus veroorzaakt.

Andere mogelijke oorzaken zijn een slecht ontwerp van de lensrand of pathologie van de voorste oogstructuren.


Vascularized limbal keratitis

Vasculaire limbuskeratitis wordt waargenomen bij patienten wie langdurig harde contactlenzen dragen. Het manifesteert zich als een ontsteking van de limbus, meestal op de 3-uur of 9-uur positie, en een vernauwing van de limbale bloedvaten.

De aangrenzende conjunctiva kan oedemateus en hyperemisch zijn en de laesie kan omgeven zijn door fijne, oppervlakkige, puntvormige epithealiale kleuring en lichte corneale infiltratie.
De patient kan slechts milde symptomen ervaren, waaronder droogte van de ogen. Het probleem kan verergeren als het lensoppervlak gebarsten of aangetast is. 

Deze aandoening komt vaak voor in de gebieden van de limbus die uitgedroogd zijn door onvoldoende bevochtiging van het oogoppervlak. Dit probleem wordt veroorzaakt doordat de oogleden zich van de oogbol afknellen, waardoor de oogleden geen tranen over het getroffen gebied kunnen verdelen.

In latere stadia van de aandoening kan de laesie licht verhoogd raken, in de vorm van een verdikte massa epitheelweefsel waar bloedvaten op verschillende diepten doorheen lopen. Deze epitheliale hypertrofie kan verband houden met het feit dat de limbus een hoge concentratie stamcellen bevat, waardoor de capaciteit voor mitose en beweging van epitheelcellen groter is.

Vasculaire limbuskeratitis is reversibel en het stoppen met het dragen van lenzen gedurende enkele weken zal ervoor zorgen dat de meeste pathologie verdwijnt.


pinguecula, met verhoging van epitheliaal weefsel


Superior limbic keratoconjunctivitis

Deze aandoening beperkt zich tot het gebied van de bovenste limbus en is daardoor bij normale blikrichting verborgen door het bovenste ooglid. De juiste procedure om deze aandoening te observeren is door het bovenste ooglid op te tillen terwijl de patient naar beneden kijkt.

Tekenen en symptomen zijn:
  • puntvormige epitheliale fluorescentiekleuring
  • epitheliale rose bengal-kleuring
  • intra-epitheliale troebeling
  • sub-epitheliale waas
  • epitheliale dofheid
  • microcysten
  • infiltratn
  • stromale fibrovasculaire micropannus
  • fijn sub-epitheliale lineaire troebeling
  • limbaal oedeem
  • hypertrofie
  • hyperemie
  • chemosis
  • corneale filamenten
  • corneale vervorming
  • corneale pseudodendrieten
De weefselbeschadiging bredit zich uit van de limbus naar het midden van het hoornvlies in een V-vormig patroon, waarbij de top naar het midden van de pupil is gericht.
Patienten klagen over een gevoel van een vreemd voorwerp in het oog, branderig gevoel, jeuk, lichtgevoeligheid, roodheid, tranende ogen en verminderd zicht.

De aandoening verdwijnt na het stoppen met dragen van lenzen. Een vasculaire pannus kan echter permanent zijn. Daglenzen zijn de beste optie bij het hervatten van het dragen van lenzen en oogdruppels (en zalf) kunnen de symptomen verlichten gedurende het herstel. Herstel kan ongeveer 4 maanden duren.

hyperemie conjunctiva en limbus

neovasc

vasculaire pannus

hyperemie en infiltraten










Reacties

Populaire posts van deze blog

2C casussen

Het onderstaande is een overzicht voor een praktijk uitvoering passende bij eerder gepubliceerde mogelijke diagnosen en daarbij horende klachten. Differentiaal diagnose is uitgebreider voor volledigheid (en extra punten)

Imaging - optometrie 2B

 In blok B van jaar 2 staat het onderwerp ''imaging'' - afbeeldingstechnieken - centraal. Deze technieken zijn van groot belang voor het onderzoeken  van de ooggezondheid. 

DDX amblyopie

 Wanneer een patient een verminderde visus heeft, hetzij uni- of bilateraal, behoort een amblyopie tot de differentiaal diagnosen. Deze diagnose kan niet gesteld worden op basis van de anamnese: pathologie moet uitgesloten worden en een amblyogene factor moet aangetoond worden. Bij het opstellen van een vervolgplan moet de optometrist op de hoogte zijn van het effect van (aanpassingen op) de refractieve correctie op suppressie/dominantie bij strabismus of amblyopie. Deze moeten herkend worden als contra-indicatie bij het overwegen van visuele training, of prisma's bij asthenopie. Ook moet de optometrist passend advies geven, gebaseerd op de theorie, over amblyopie behandeling en over strabismus behandeling.