Doorgaan naar hoofdcontent

Infectieziekten en wondgenezing

 Een infectie is het zich vermeerderen en verspreiden van micro-organismen in het lichaam. Een ontsteking is een lokale reactie van het lichaam op weefselbeschadiging. Infecties en ontstekingen worden vaak door elkaar gebruikt, en hoewel dit niet juist is wordt het over het algemeen wel geaccepteerd.

Als optometrist zul je in de toekomst allerlei oculaire infecties tegenkomen. Ze zijn dan acuut of chronisch, veroorzaakt door bacterien, virussen, chlamydia of andere micro organismen. In deze post worden een aantal van deze infecties in de spotlight gezet.


Infectieziekte

Een aandoening die wordt veroorzaakt door het binnendringen van een ziekteverwekker in het lichaam, zoals virussen, bacterien, schimmels of parasieten. Deze ziekteverwekkers vermenigvuldigen zich in het lichaam, wat leidt tot een ontstekingsreactie en symptomen.

Een aantal voor optometrie belangrijke infecties die specifiek de ogen aantasten zijn bijvoorbeeld conjunctivitis, wat viraal of bacterieel in aard kan zijn, blefaritis en een hordeolum.

Niet alle 'besmettingen' zijn per definitie slecht. Er zijn voorbeelden waarbij er een 
gedeeld voordeel is (mutualisme) of waarbij wij, als mensen, juist veel profiteren
van de aanwezigheid van de bacterien (commensalisme)

Het is wel belangrijk bij mutualisme en commensalisme dat de bacterien op hun plek blijven zitten. In andere delen blijven zij lichaamsvreemd en/of kunnen ze problemen gaan veroorzaken.

Infectiecyclus

Het volledige proces en de stappen die een ziekteverwekker doorloopt om van een besmettingsbron over te gaan naar een vatbaar persoon om daar een nieuwe infectie te veroorzaken.


De infectiecyclus bestaat uit de volgende onderdelen;
  1. Ziekmakende micro-organismen. Zij veroorzaken de inefctie, bv bacterie of virus.
  2. De besmettingsbron. De plaats waar de micro-organismen zich bevinden. Bv mensen, dieren.
  3. Uitgangen. De manier waarop de ziektekiemen de bron verlaten. Bv hoesten, bloeden, ontlasting.
  4. De besmettingsweg. Contact via handen, besmet voedsel, aanraken van besmette instrumenten, de lucht.
  5. Ingangen. De plaats waar micro-organismen binnendringen. Kan de luchtwegen betreffen, maagdarm kanaal, wondjes, slijmvliezen etc.
  6. Gevoelige gastheer. De gevoeligheid voor infectie is afhankelijk van iemands aanleg en afweer. Zo zijn ouderen bijvoorbeeld een stuk gevoeliger voor infectie dan jongeren.

Doorbroken infectiecyclus

Hygienemaatregelen zijn gericht op het doorbreken van een of meerdere van deze schakels, bijvoorbeeld door het toepassen van handhygiene, disinfectie of vaccinatie.


Acanthamoeba

Een microscopisch klein, eencellig organisme dat veel voorkomt in ons milieu. Hoewel ze overal in de natuur leven kunnen deze amoeben bij mensen ernstige infecties veroorzaken wanneer deze in contact komen met de ogen. Dit is met name een groot risico bij contactlens dragers met mindere lens-hygiene, bijvoorbeeld wanneer deze de lenzen schoon maken met kraanwater in plaats van saline of overige contactlens vloeistoffen. 

Ze bestaan in twee vormen. De slapende, zeer resistente vorm (cyste), en de actieve, voedende vorm die verantwoordelijk is voor infectie (trofozoiet). De bekendste acanthamoebe infectie is keratitis, waarbij de amoebe het hoornvlies binnendringt. Het is een zeldzame maar afschuwelijke infectie die kan leiden tot zeer pijnlijk en permanent gezichtsverlies.

Lekker smullen voor de acanthamoebe :) 

Beginstadium acanthamoebe keratitis; zeer pijnlijk oog, overgevoeligheid voor licht
rood, tranend oog, CA gevoel en hoofdpijn. Moeilijk te differentieren van een normaal oog, maar een patient zal blijven kragen over verschrikkelijke pijn.

Eindstadium AK

Nosocomiale infecties

Infecties die een patient oploopt tijdens een behandeling of verblijf in een zorginstelling, zoals een ziekenhuis of verpleeghuis. Deze infecties treden meestal 48 uur of langer na opname op, wanneer de weerstand verlaagd is door invasieve handelingen. Dit is het aller gevaarlijkste wanneer de infectie wordt veroorzaakt door een resistente bacterie zoals MRSA. Deze reageren slecht tot niet op antibiotica en kunnen verschrikkelijke gevolgen hebben.

Cellulitis

Een acute, bacteriele infectie van de diepere huidlagen en het onderhuidse bindweefsel. Het kenmerkt zich door een rode, warme, pijnlijke en vaak gezwollen huid. Het vereist medische behandeling met antibiotica om verergering te voorkomen.
Mogelijke oorzaken; bacteriele infectie (vaak stafylokokken of streptokokken) die via een wondje, schaafwond, insectenbeet, eczeem of schimmel de huid binnendringt.

Cellulitis wordt in de volksmond vaak verward met cellulite, ofwel het sinaasappelhuidje. Dit is een onschuldige, bobbelige huidstructuur en is puur aesthetisch.

Preseptale (periorbitale) cellulitis VS orbitale cellulitis

Orbitale cellulitis

Een zeer ernstige, acute bacteriele infectie (vaak staphylococcus aureus, streptococcus pyogenes of heamophilus influenzae) van de weke delen in de oogkas, gelegen achter het septum orbitale. Het is een medisch spoedgeval dat, in tegenstelling tot de mildere 'preseptale' cellulitis gepaard kan gaan met uitpuilende ogen, beperkte oogbewegingen, veel pijn en risico op blindheid of ernstige complicaties zoals hersenabcessen.

Preseptale cellulitis

De cellulitis is wordt hier gelukkig nog tegengehouden door het septum orbitale wat de ernst van de infectie ietswat in bedwang houdt. Infectie die gelimiteerd wordt tot het preseptale gebied is nog steeds vervelend, maar is niet levensbedreigend. Het maken van onderscheid tussen een preseptale en een orbitale cellulitis is dus van enorm belang.



Om onderscheid te maken tussen preseptale of orbitale cellulitis kijken we naar de volgende rode vlaggen;
  • proptosis
  • verstoorde motiliteit
  • visusvermindering
  • zo veel zwelling dat het oog niet meer open gehouden kan worden

Stroomdiagram orbitale diagnostiek en behandeling


Tolosa-Hunt syndroom

Een zeldzame, niet levensbedreigende aandoening gekenmerkt door hevige, unilaterale hoofdpijn en pijn rondom het oog, gepaard met uitval van oogspierzenuwen (oftalmoplegie). Het wordt veroorzaakt door een niet-specifieke ontsteking in de sinus cavernosus. De klachten verdwijnen doorgaans snel na een behandeling met corticosteroiden.

Belangrijke kenmerken:
  • Hevige, constante pijn
  • Diplopie
  • Ptosis
  • Beperkte oogbewegingen
Alle klachten/symptomen worden aan 1 zijde van het gelaat ervaren

Sinus cavernosus

Wat loopt er allemaal door de sinus cavernosus?

Onder andere de N. opticus (aangegeven met bovenste zwarte lijn) en de carotis interna (bloedvaten die bilateraal hier een bocht maken).
Ook de N. Oculomotorius, N. Trochlearis, N. Abducens en twee takken van de N. trigeminus lopen door de sinus cavernosus. Wanneer hier zwelling, bijvoorbeeld door infectie, optreedt worden al deze structuren verdrukt. Wanneer dit unilateraal gebeurdt is het dus goed te verklaren waarom iemand met het tolosa-hunt syndroom zijn of haar klachten maar aan 1 zijde van het gelaat ervaart.

Weefselbeschadiging

Schade aan de cellen en structuren van het lichaam, zoals spieren, pezen, ligamenten, botten of de huid. Dit letsel ontstaat door uiteenlopende oorzaken, varierend van machnisch geweld tot infecties en zet een proce van ontsteking en herstel in gang. 

Belangrijk om te onthouden; bij een infectie zien we vaak een ontstekingsreactie, maar een ontstekingsreactie kan ook plaatsvinden zonder infectie.

Ontstekingsreactie

Een natuurlijke, lokale reactie van het lichaam op beschadiging van weefsel op schadelijke prikkels van buitenaf. De vijf klassieke kenmerken zijn als volgt;
  • Rubor: Roodheid door verhoogde bloedtoevoer naar het gebied
  • Calor: Warmte toename door verhoogde bloedtoevoer
  • Tumor: Zwelling die ontstaat doordat vocht en witte bloedcellen uit de bloedbaan het weefsel in lekken 
  • Dolor: Pijn die wordt veroorzaakt door weefselbeschadiging en chemische stoffen die zenuwen prikkelen
  • Functio laesa: Functieverlies van het aangetaste deel (Bv. gewricht) dit is vrijwel altijd tijdelijk
Proces van de ontstekingsreactie;
  1. Detectie: mestcellen en macrofagen in het weefsel herkennen de schade of indringers
  2. Vrijmaken van mediatoren: er komen signaalstoffen vrij die de ontsteking aansturen
  3. Vasodilatatie: bloedvaten worden wijder en doorlaatbaarder waardoor witte bloedcellen naar de plek van de ontsteking kunnen reizen
  4. Fagocytose: witte bloedcellen vernietigen ziektekiemen en ruimen beschadigd weefsel op

Exsudaat of Transsudaat


Kenmerken van exsudaat:
  • wondvocht
  • ontstaat door ontsteking
  • een vloeistof die vanuit het vaatstelsel lekt
  • voert afvalstoffen en ongezond weefsel af
  • bedekt de wond en houdt het vochtig ter bevordering van de genezing
  • kan wisselen van samenstelling afhankelijk van de te vervoeren deeltjes
Kenmerken transsudaat:
  • ontstaat door oorzaken op een andere plek in het lichaam
  • wordt veroorzaakt door verschillen in hydrostatische druk of osmotische druk
  • bevat veel minder eiwitten


wondherstel vs wondgenezing

Hoewel deze vaak als synoniem worden gebruikt zijn er nuances:
  • Regeneratie: de oorspronkelijke weefselstructuur wordt bij herstel volledig naar de originele staat terug gebracht
  • Herstel/Fibrose: Het weefsel wordt bij genezing vervangen door littekenweefsel
Fasen van wondgenezing:
  • Hemostase / stollingsfase: direct na de verwonding stopt het bloeden door bloedplaatjes en vormt een stolsel
  • Inflammatie / ontstekingsfase: wondreiniging door witte bloedcellen die bacterien opruimen
  • Proliferatie / regeneratiefase: opbouw van nieuw weefsel (granulatieweefsel) en nieuwe bloedvaten. De wondranden groeien naar elkaar toe
  • Remodellering / rijpingsfase: het weefsel wordt sterker en het litteken verstrakt. Deze fase kan maanden tot jaren duren
Primaire wondgenezing: de wondranden zijn glad en liggen direct tegen elkaar, bijvooreeld door hechtingen of verlijming waardoor de wond snel sluit.
Secundaire wondgenezing: de wondranden liggen niet tegen elkaar. De wond moet van binnenuit opvullen met granulatieweefsel.

granulatieweefsel

Nieuw, jong bindweefsel dat wordt gevorm tijdens de tweede fase van wondgenezing. Het is tijdelijk weefsel dat de wond van onderaf opvult en zorgt voor herstel van de huidstructuur. 
Het weefsel ziet er korrelig, glanzend-vochtig of helderrood uit.
Het weefsel is rijk aan fibroblasten, die collageen aanmaken voor de opbouw van het herstellende weefsel.

Hypergranulatie; er wordt soms te veel granulatieweefsel gevormd waardoor het boven het niveau van het omliggende weefsel uitsteekt. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan door te langdurig gebruik van bepaalde wondverbanden. 

littekenweefsel

Een stug, vezelig bindweefsel dat het lichaam aanmaakt om beschadigde huid en onderliggende lagen na een verwonding, operatie of ontsteking te herstellen. Het is een natuurlijk herstelproces, maar het resulterende weefsel is minder soepel, mist haargroei of zweetklieren en kan verklevingen, pijn, jeuk, of roodheid veroorzaken.

Soorten littekenweefsel;
  • Normaal littekenweefsel. Geneest tot een vlak, zacht en vaak wittig streepje
  • Hypertrofisch litteken. Een verdikt, rood en actief litteken dat op de wondranden blijft
  • Keloidaal litteken. Een woekerend, hard litteken dat buiten de oorspronkelijke wondgrenzen groeit
  • Atrofisch litteken. Een dun, ingetrokken littken (vaak bij acne of waterpokken)






Reacties

Populaire posts van deze blog

2C casussen

Het onderstaande is een overzicht voor een praktijk uitvoering passende bij eerder gepubliceerde mogelijke diagnosen en daarbij horende klachten. Differentiaal diagnose is uitgebreider voor volledigheid (en extra punten)

Imaging - optometrie 2B

 In blok B van jaar 2 staat het onderwerp ''imaging'' - afbeeldingstechnieken - centraal. Deze technieken zijn van groot belang voor het onderzoeken  van de ooggezondheid. 

DDX amblyopie

 Wanneer een patient een verminderde visus heeft, hetzij uni- of bilateraal, behoort een amblyopie tot de differentiaal diagnosen. Deze diagnose kan niet gesteld worden op basis van de anamnese: pathologie moet uitgesloten worden en een amblyogene factor moet aangetoond worden. Bij het opstellen van een vervolgplan moet de optometrist op de hoogte zijn van het effect van (aanpassingen op) de refractieve correctie op suppressie/dominantie bij strabismus of amblyopie. Deze moeten herkend worden als contra-indicatie bij het overwegen van visuele training, of prisma's bij asthenopie. Ook moet de optometrist passend advies geven, gebaseerd op de theorie, over amblyopie behandeling en over strabismus behandeling.